Ooit deed ik een experiment
in mijn klas om te kijken
waartoe kinderen in staat zijn.
Als ik ze de “vrijheid” zou
geven om zelf te kiezen wat
ze zouden mogen doen,
waar zouden ze dan voor kiezen ?
De hele middag zou ik vrij laten.
Mijn taak was enkel om ze te
voorzien van spullen als ze die
nodig hadden.
Ik legde het aan ze uit en
wachtte op wat zou komen.
Die middag werd er getekend,
geschilderd en geschreven.
Een kind wilde een spreekbeurt maken
en anderen gingen schaken.
De een las de hele middag in een boek,
de ander ruimde zijn vak op.
Er waren ook kinderen die niets
konden bedenken en zaten te
wachten op een opdracht van mij.
Die in paniek raakten vanwege
de vrijheid die ze kregen.
Er werd samengewerkt en overlegd.
Men bekeek elkaars werk of
werden toeschouwer van een
spannend schaakspel.
Die middag vond ik een antwoord
op een vraag die al een tijdje
bij me speelde.
In hoeverre moet je alles aansturen
als juf, zouden ze niets gaan doen,
als ik zei dat ze het zelf mochten weten ?
Er was slechts een enkeling die
geen leuke middag had gehad
omdat er een innerlijke strijd van
niet weten ontstond.
Die zonder opdracht niet wist
wat te doen.
De rest ging enthousiast naar huis.
Natuurlijk nadat we allemaal hadden
geluisterd naar degene die een
spreekbeurt had gemaakt, en we
elkaars kunstwerk hadden bekeken.
Het was geen stille middag.
Er was een zoom waar ik als juf
gelukkig van werd.
En aan de koppies te zien,
de kinderen ook.
Lichtflits
